Espiritu, een droom wordt werkelijkheid... English Language Homepage
Home
Bemanning
Jacht
Verslagen
Foto's
Route
Veel gestelde vragen
Terug naar Homepage

Waar ben ik? > Verslagen > Madagascar - Zuid-Afrika >
(ENGLISH LANGUAGE VERSION AVAILABLE)

DE ALLER LAATSTE UPDATE (10 August 2005): De laatste belevenissen & foto's met natuurlijk de aankomst in Scheveningen [Spanje - Scheveningen*] [Azoren - Spanje] [Azoren]
*) verslag gewijzigd sinds laatste update

Espiritu is te koop (1MB)

Dag 90, Donderdag 28 oktober 2004
Vertrek uit Madagaskar
GPS: 21° 04.3' S 43° 42.0' E

[Natascha >>]
We varen aan de wind, het waait 20 knopen en dat betekent leven onder een hoek van 40 graden. We slingeren als apen door de boot en grijpen ieder beschikbaar handvat of andere vorm van steun in een poging om niet naar de lage kant van de boot gesmeten te worden. We worden er steeds behendiger in, maar zo nu en dan gaat het mis. Een pijnlijke landing tegen een keukenkastje of kaartentafel, rondvliegende boeken of keukengerei (oeps, vergeten op te ruimen) of eten dat op de vloer belandt. Een verschil van dag en nacht met een ruime koers, maar ja, je hebt het niet voor het kiezen. Binnen is het een herrie van jewelste van beukende golven, rammelende en openvliegende kastjes en een klotsende watertank. Slapen is moeilijk, zelfs met oordopjes in. Naar het toilet gaan is een uitdaging, koken een nog grotere. Voor alles geldt: Eén hand voor de boot en één voor jezelf, waardoor je dus altijd een hand tekort komt. Heel veel geduld en een flinke dosis humor zijn onder deze omstandigheden de beste verdediging. Over het algemeen blijven we redelijk relaxed, soms worden we er goed chagrijnig van en hééééél soms knettert het eens heftig. Heftig, maar gelukkig ook kort!
[<< Natascha]

Dag 91, Vrijdag 29 oktober 2004
Straat van Mozambique
GPS: 21° 43.5' S 41° 54.3' E

[Stefan >>]
Sinds vanochtend hebben we geen wind meer en staat de motor weer eens aan. Zo rustig als het nu is, zo heftig zijn de weersvoorspellingen voor de komende dagen. Binnen twee dagen krijgen we een harde zuidoostenwind van 25 tot 30 knopen en golven van vijf tot zeven meter, met een interval van maar zeven seconden. Dit draait in de praktijk uit op brekers van zeven meter hoog! Niet echt iets wat je opzoekt als je het kunt vermijden. We besluiten om in Île Europe beschutting te gaan zoeken. We waren er in onze hele reisplanning al van uit gegaan dat Zuid-Afrika wel eens het heftigste stuk zou kunnen worden. De Noord-Atlantische oceaan heeft ook zo zijn kuren, zelfs in de zomer, maar dat is van latere zorg.

Een hele dag motoren is nooit al te best voor mijn humeur en als Natascha rond lunchtijd meldt dat het gas op is, daalt dit nog een paar puntjes verder. Nog een hele week koude bonen in tomatensaus is niet echt een aanlokkelijk vooruitzicht.

Ineens horen we "KEDOENG!" Wat is dat nou, zouden we iets geraakt hebben? Het moet iets drijvends zijn want we zitten hier op 3000 meter diepte dus het kan de zeebodem niet zijn. Na enig rondkijken zien we de boosdoener, de genuaval is gebroken. Ach, we hadden de voorstag al gehad, dit is weer eens wat nieuws. Gelukkig zijn de risico's nu wat minder groot. Om het te repareren zou ik de mast in moeten, een karweitje wat op zee niet mijn voorkeur heeft. Nu het zo rustig is dat we toch aan het motoren zijn, kunnen we net zo goed de genua wegrollen en doormotoren naar Île Europe.

Als ik 's nachts op wacht kom sta ik in de cockpit zo'n beetje tot mijn enkels in de diesel, volgens Natascha iets van de laatste 10 minuten. De overlopen van de beide dieseltanks komen uit in de cockpit en het kan niet anders dan dat één van de tanks kennelijk overvol is. Op zich bijzonder na zo lang motoren. Terwijl we de rotzooi opruimen met ettelijke emmers zeewater en een halve fles Dettol, bedenk ik wat de oorzaak moet zijn.

Om verrassingen te voorkomen had ik de bakboordtank afgesloten. Ik weet namelijk niet de exacte inhoud van de tank, ik heb geen peilstok of meter en ik ben niet zeker van het exacte verbruik van de motor. Dit bij elkaar opgeteld leidt tot zoveel onzekerheid dat het me handig leek één van de tanks af te sluiten zodat we op de helft van onze voorraad automatisch een goede indicatie zouden krijgen van de status. Dan zouden we (1) Weten hoeveel uren de motor gedraaid had, (2) Weten hoeveel we dus nog tegoed hebben en (3) Weten wat het verbruik is zodra we weer voltanken. Allemaal handige informatie. Inmiddels hebben we vanaf het moment van volgooien in de Seychellen zo'n 60 uur gedraaid en omdat ik niet verwacht dat we tussen hier en Zuid-Afrika nog eens 60 uur of meer zullen draaien, kunnen we nu veilig de tweede tank openen. Omdat ik weet dat er in de stuurboordtank nog zeker iets moet zitten, sluit ik deze af als appeltje voor de dorst, mochten we de bakboordtank toch leeg trekken.

Op zich heel helder bedacht, maar zoals altijd zit "the devil in the details". Ik was namelijk de retourleiding van de motor vergeten. Alle brandstof die de primaire brandstofpomp teveel aanvoert, leidt de motor namelijk terug via de retourleiding naar de tank - in ons geval de stuurboordtank - die ik dus net afgesloten had. Je voelt hem al aankomen, in de acht uur sinds het wisselen van de tank was de inhoud van de bakboordtank netjes via de retourleiding naar de stuurboordtank overgeheveld. Dit leert ons twee dingen: (1) Dat de stuurboordtank nog lang niet leeg is en (2) Dat de motor kennelijk heel veel minder verbruikt dan de primaire brandstofpomp aanvoert. Tot zover hoofdstuk 88 uit het boek: "Stefan en Natascha leren hun boot kennen".
[<< Stefan]

[Natascha >>]
We hebben een schattig vogeltje op bezoek. De hele dag vliegt hij al van buiten naar binnen en weer terug en zit ons vanaf een van de lieren of meters aan te kijken. Totaal niet bang, springt hij op onze hoofden en op de laptop terwijl ik het verslag bijwerk.
[<< Natascha]

Dag 92, Zaterdag 30 oktober 2004
Île Europe
GPS: 22° 18.7' S 40° 20.2' E

[Stefan >>]
Na bijna vierentwintig uur motoren komen we om 05.00 's ochtends aan op Île Europe. Dat resulteert in een gemiddelde van onder de vijf knopen door de sterke tegenstroom en vrijwel afwezigheid van enige wind. Het water is zo helder dat zelfs als het nog vrijwel donker is, ik de bodem op zeven meter diepte kan zien. De ankerplaats heeft meer weg van een steile wand dan van een keurig beschermde baai. Binnen 50 meter loopt de diepte op van 300 tot 2 meter. Nu is de truc om precies het plekje tussen de 10 en 15 meter te raken zodat we genoeg diepte hebben om het tijverschil aan te kunnen en alsjeblieft niet te veel omdat de ankerlier het nog steeds niet doet. Als we dieper ankeren dan 15 meter wordt het gezamenlijk gewicht van anker en ketting toch wel erg zwaar.

Nog voordat we klaar zijn horen we wat Frans geknetter over de VHF radio. De plaatselijke gendarmerie wil weten waarom we hier ankeren en vraagt of we stukken hebben. Als hij in de gaten krijgt dat we niet vertrekken, worden we vriendelijk verzocht aan land te komen met onze paspoorten. "Natuurlijk, hoe laat zullen we komen, om een uurtje of tien?" "Negative, tout de suite!!!" "Kunt u dat confirmeren?" "Jawel, we verwachten u hier om 05.30". "Oké, geef ons even de tijd om de bijboot van het dek te halen en de buitenboordmotor te monteren". Had ik nu maar geen Frans gesproken, dan was het er waarschijnlijk op uit gedraaid dat ze ergens in de loop van de ochtend langs waren gekomen en konden we nu ons bedje in.

Samen met Clive ga ik naar het strand, waar een compleet welkomstcomité ons staat op te wachten. Meneer de gendarme, een ogenschijnlijke officier, zij het in trainingspak en drie met Uzi bewapende militairen. Ze gaan nog net niet zover dat ze hun defensieve positie aan de zijkanten innemen. Meneer de gendarme begint eerst wat te mompelen over "passage interdit" en ik leg hem uit dat we hier alleen maar naartoe gekomen zijn om te schuilen voor het slechte weer. In eerste instantie gaat hij akkoord voor alleen vandaag overdag, maar daar hebben we niet veel aan omdat de kermis pas vanavond begint. Enfin, dat is voorlopig akkoord, zolang we maar niet aan land komen. Gezien het aantal muskietenbeten dat ik binnen tien minuten op het strand heb opgelopen, hebben we daar ook niet echt behoefte aan.

Waarschijnlijk kunnen we morgen ook nog niet vertrekken, maar laten we het voorlopig niet gecompliceerder maken dan het al is. De man zou overigens niet eens het recht hebben om ons weg te sturen omdat ieder land volgens het internationaal zeerecht verplicht is schepen gedurende 72 uur toe te laten in geval van slecht weer. Mocht het nodig zijn dan kunnen we ze dat morgen wel uitleggen.

Klus voor vandaag: De gebroken genuaval. Ik heb speciaal voor dit soort situaties een aantal klemmen meegenomen om de staalkabel opnieuw vast te zetten, ogen aan te maken of te verlengen met een ander stuk kabel. Het is op zich eenvoudig genoeg om een nieuw oog te maken, maar dit is nooit zo sterk als een gesplitst oog zoals origineel aan de genuaval zat. Uit de breuk valt af te leiden dat er toch wel enige spanning op staat, dus de sterkst mogelijke optie valt te prefereren. Nu is de grootval dubbel uitgevoerd, waarbij eentje als val dienst doet en eentje als kraanlijn (houdt de giek omhoog als het grootzeil niet gehesen is). Weliswaar belangrijk, maar niet cruciaal en er staat zeker minder kracht op dan op een val. Het plan is dus om de kraanlijn te promoveren tot genuaval en de gerepareerde genuaval voorlopig als kraanlijn te gebruiken.

De genuaval ligt al netjes op het dek omdat die na de breuk uit de mast was komen zetten, wat het relatief eenvoudig maakt om hem met de huidige kraanlijn door te voeren naar zijn nieuwe katrollen. Nu moet de oude kraanlijn nog via de top van de mast, door de mast heen naar beneden geleid worden. En je raadt het al: Hiervoor moet iemand de mast in. Inmiddels maakt het al wat minder indruk dan voorheen, maar ik wil het wel graag af hebben voor de verwachte zuidooster op komt zetten. Gewapend met een vislijn met aan het eind een visloodje, klim ik naar boven om hem door de mast heen te laten zakken. Terug naar beneden en na enig hengelen kan ik het loodje door de sleuf onderaan de mast wurmen. Nu nog even de vislijn aan het uiteinde van de val naaien en dan kan de val van boven af door de mast heen geleid worden. Als die ook weer netjes door de sleuf komt zetten kan ik terug naar boven om het eind van de val met een harpsluiting aan het zeil te bevestigen. De zaak op spanning zetten en we kunnen er weer tegen aan.

Nu de genuaval gebroken is, gaan we niet zitten wachten totdat de grootval ook gaat, dus dat is er nog eentje voor het lijstje in Zuid-Afrika.
[<< Stefan]

[Natascha >>]
Ik heb vanzelfsprekend braaf meegeholpen met operatie genuaval, maar pas toen het allemaal weer zat, kreeg ik in de gaten wat het plan was. Ben ik nu zo dom of is hij nu zo slim?

's Middags komen er twee militairen naar ons toe gesnorkeld. Het blijken er twee van het welkomstcomité van vanochtend te zijn. Ze vragen of wij iets nodig hebben en bieden hun excuses aan voor de onvriendelijke behandeling van vanmorgen. Ze vertellen ons dat wij met onze komst de nodige commotie hebben veroorzaakt, met name bij hun baas en de gendarme. Voor zover zij weten zijn er hier nog nooit burgers in boten geweest en de eerste reactie was dan ook om ons weg te sturen. Dit is immers een militaire basis en verboden terrein voor burgers. Het "probleem" is vervolgens voorgelegd aan de superieuren in La Réunion, die bevestigden dat er inderdaad slecht weer op komst is en dat we hier mogen schuilen, mits we niet aan land komen.

Een aantal onderofficieren, waaronder deze twee vonden het maar zielig voor ons dat we na zo'n lange reis niet eens even de benen konden strekken. Eentje verscheen uit protest zelfs niet aan het ontbijt. Ze opperden om ons morgenvroeg voor koffie uit te nodigen, dat kon toch geen kwaad? Enne, La Réunion hoeft dit toch niet te weten... De officier en de gendarme gingen zowaar akkoord. Morgen gaan we dus met z'n allen op de koffie bij het Franse leger.

We hebben weer gas! Clive en Anne-Marie, de lieverds, hadden nog een halve fles die we mochten hebben. We hadden ons al helemaal ingesteld op koude witte bonen in tomatensaus en ravioli, maar dat valt dus weer alles mee. De mogelijkheden voor wat betreft eten zijn nu weer wat groter. Namelijk: Pasta bolognaise met tonijn (uit blik), pasta bolognaise met zalm (uit blik), pasta pesto en rijst met vis (vers, als we vangen). We beginnen nu écht door onze voorraden heen te raken en zijn blij als we in Zuid-Afrika zijn.

Inmiddels waait het 30 knopen en liggen we heftig te rollen. We zullen hier nog wel eventjes blijven. In ieder geval morgen, misschien ook overmorgen nog.

Dag 93, Zondag 31 oktober 2004
Île Europe
GPS: 22° 18.7' S 40° 20.2' E

Alle lelijke dingen over Fransen nemen we bij deze terug. We worden 's ochtends van het strand opgehaald door de officier, die ons naar het hoofdgebouw brengt. Daar worden we vriendelijk ontvangen door twaalf mannen en drie vrouwen in het groen. Een lange tafel is keurig gedekt met potten koffie, thee en schalen cake. Er heerst een goede en relaxte atmosfeer en Stefan en de gendarme, die naast elkaar zitten, kunnen het bij nader inzien prima met elkaar vinden. Vanavond hebben ze een Halloween feest en drinkebroeders Clive en John komen op het idee om 's avonds wat flessen drank aan land te brengen en mee te feesten. Of Stefan dat even in het Frans aan de gendarme kan vragen... De gendarme kijkt wat moeilijk, maar inmiddels heeft de hele tafel van het plan gehoord en zit ja te knikken. Ofschoon officieel niet toegestaan, kan de gendarme niet veel anders dan goedkeuren.

En het wordt me een feest! Bijna iedereen is verkleed. In een wit doktersjasje met opschrift: "Touch me", ziet de gendarme er een stuk toegankelijker uit. De officier is verkleed als visser, met hengel en een geel regenpak en een ander heeft zijn wetsuit, duikbril en flippers maar uit de kast getrokken. Verder veel goedgebouwde mannen in leger-korte broek, ontbloot bovenlijf en camouflageschmink. Een waar paradijseiland, dat Île Europe!

We worden door de officier welkom geheten in het Frans, Engels en Duits (wat maakt het uit, Dutch of Deutsch...), waarna vier mannen een hilarische playback-act verzorgen op het nummer "YMCA". Veel enthousiast gejoel van het publiek en wij maar mee "YMCA-en".

Een van de mannen van "het welkomstcomité" biedt nogmaals zijn excuses aan en zegt: "De wapens waren niet geladen hoor". Ons bezoek is voor hen net zo bijzonder als voor ons. Weer eens wat anders dan dag in dag uit dezelfde gezichten. Volgens hem valt er weinig te beleven op het eiland en vervelen de meesten zich te pletter. Tsja, wat wil je ook, als je een onbewoond eiland met een paar palmbomen moet bewaken? Het schijnt dat kaper Madagaskar op de kust ligt en Frankrijk vindt het belangrijk om Île Europe te behouden. Je weet maar nooit wat voor strategische functie het eiland in de toekomst nog kan vervullen.

Opeens staat iedereen te dansen, trekt John zijn shirt uit, waarna een paar anderen volgen en worden de flessen whisky en enorme emmer vruchtenpunch steeds leger. En dat allemaal in een barak met TL-licht. Hoe je uit niets, iets kan maken, geweldig! Jammer genoeg moeten we om 22.00 uur al vertrekken. Het wordt eb en als we niet opschieten, kunnen we niet eens meer naar onze boten. Geen probleem voor de mannen, ze hebben nog genoeg vrije bedden. Het moet niet gekker worden...

En we krijgen ook nog eens een enorme hoeveelheid eten van ze mee. Franse kazen, chocoladetaart, pizza, dozen met kuipjes jam, chocoladepasta en honing, cocosnoten, suiker...Echt niet normaal!!! Wie had dit gisterenochtend kunnen bedenken? "Vive la France!!!"
[<< Natascha]

Dag 94, Maandag 1 november 2004
Île Europe
GPS: 22° 18.7' S 40° 20.2' E

[Stefan >>]
Vandaag waait het nog steeds te hard om te vertrekken en dat komt ons, na gisterenavond, geen van allen slecht uit! Als ik 's ochtends met mijn ogen nog half dicht in de achtercockpit het bier van gisteren sta af te voeren, zie ik tot mijn schrik dat de buitenboordmotor van de bijboot is verdwenen. In Madagaskar had ik dit nog verwacht, maar ik zie onze Franse vrienden er toch niet voor aan dat ze ons motortje pikken. Onder de boot zie ik iets wits, waarschijnlijk de motor die op de bodem van de zee ligt, hier zo'n 20 meter diep. Nou ja, eerst maar eens even ontkateren en over een uurtje of drie de duikspullen pakken om het ding naar boven te halen.

Als ik mijn tweede oog open zie ik ineens een van de twee lijnen waar de bijboot aan vast hangt strak staan. Ik trek eraan en verdomd, er staat spanning op! "Natas!! Kom eens helpen, hou effe die lijn vast!" Natascha, nog met allebei haar ogen dicht, grijpt braaf de lijn en vraagt naar de reden voor alle commotie. Als ze de lege bijboot ziet begint het te dagen. Samen trekken we de motor naar boven, die op zijn kop aan de schroef, aan de bewuste lijn hangt. Na enig gevloek hangt hij weer op de achterpreekstoel van de boot.

Wat was er nu gebeurd? Niet dat de motor het me heeft kunnen vertellen, maar ik heb wel enig idee van de toedracht. 's Avonds bevestigen we de bijboot altijd met een tweede lijn aan de boot, mocht de eerste lijn om wat voor reden dan ook los gaan. Die tweede lijn hangt altijd een stuk slapper en volgens mij heeft deze zich onder de schroef van de buitenboordmotor gehaakt, waardoor hij net strak kwam te staan. Met het geklots van de golven heeft die lijn stukje bij beetje de motor omhoog getild, zodat hij uiteindelijk van de spiegel van de bijboot viel. Tot zover de theorie van Stefan Holmes...

Nu is de vraag: Doet ie ut of doet ie ut niet??? Waarschijnlijk krijg ik hem weer aan de praat, mits ik het zoute water niet in laat roesten in de vitale motoronderdelen. Met m'n katterige kop draai ik de carburateur open en de bougies uit de cilinderkoppen, om het geheel eerst goed met zoet water door te spoelen. Daarna twee keer met benzine en dan is het tijd om de motor te starten. En jawel, na zo'n twintig keer springt hij bibberend aan en brult na dertig seconden weer als vanouds. Snel hang ik hem weer terug aan de bijboot, zodat hij een tijdje met koelwater kan lopen om alle water en zoutresten eruit te branden. Nog even tot besluit: Dit voorval had niets te maken met gisterenavond omdat we hem altijd op deze manier achter de boot hebben hangen. (Nee, niet omdat we altijd dronken zijn) Gewoon een kwestie van domme pech, maar gelukkig is het eind goed al goed.

John en ik hadden half-half afgesproken om 's middags te gaan vissen, maar gezien zijn staat van gisterenavond (die ernstiger was dan die van ons) werd dat wat later in de middag. Een halve mijl naar het westen heb je een drop-off waar de anderen gisteren kilo's vis hebben gevangen. De Franse militairen kunnen alleen vanaf de kant vissen en het is voor vissersboten niet toegestaan om onder de kust te vissen. Er zit dus waarschijnlijk meer dan genoeg vis.

Ik zal jullie niet vervelen met alle details, maar na 45(!) minuten was de score: 1 grote kingfish (30kg), 1 geel-vin tonijn (25kg), 2 travelli's en een flinke makreel. Daarbij hebben we twee lures verloren, had John tot drie keer toe een vis die van de haak wist te komen en haalden we een rafelige vissenkop naar boven die duidelijk door een haai was gepakt. Die haaien waren overigens niet al te klein. Klaar om aan te vallen, zwom er een van ruim drie meter onder de bijboot door. Wie zegt dat vissen saai is? Shaun van Golden Sovereign, zeurde Clive zijn kop gek om te mogen golfsurfen, nu begrijp ik waarom hij dat niet mocht.

Die grote kingfish was trouwens een taaie rakker. Normaal zijn twee tot drie forse tikken met de platte kant van de hamer genoeg om al het leven uit een vissenkop te slaan, maar deze had toch een vrij harde kop. Ik heb hem minstens 25 keer zo hard op zijn harses gebeukt, dat een volwassen man niet meer was opgestaan, maar deze jongen begon na 5 minuten toch weer te spartelen. Dat waren weliswaar zijn laatste stuiptrekkingen, maar ik stond toch verbaasd. Omdat ik hem met een handspoel had gevangen en niet met een hengel (zie het verhaal over de vernielde molen), kwam alle kracht op de lijn te staan en kon ik niet gecontroleerd de molen laten slippen om lijn uit te laten. De lijn heeft een breeksterkte van 200 pond en de vis zal toch verrekte groot moeten zijn, wil hij de spoel uit mijn lompe klauwen trekken. Maar dit gold niet voor het vishaakje. Een repala heeft twee haken met ieder drie boogjes en van één van de twee haken maakte de boogjes geen hoek meer van 180 graden, maar net iets meer dan 90 graden, Jammer van de mooie repala, maar hij is waardig ten onder gegaan!

Een deel van de tonijn hebben we getransformeerd tot een grote berg sushi en sashimi. Met de kingfish (en een Espiritu T-shirt) hebben we onze gendarme blij gemaakt. Hij vroeg of we morgen nog kwamen lunchen, maar helaas, morgenvroeg gaan we hier echt vertrekken. Het wordt tijd dat we naar Richards Bay gaan.
[<< Stefan]

[Natascha >>]
We zijn alweer drie maanden onderweg. Ik heb even zitten tellen en we hebben er nu 5.500 mijl opzitten. Dat is omgerekend 10.200 kilometer! Mocht je het interessant vinden dan is hier de verdeling over de verschillende trajecten:

650 mijl: Singapore - Merak Harbour / Indonesië
650 mijl: Merak Harbour - Cocos Keeling
1.570 mijl: Cocos Keeling - Chagos
980 mijl: Chagos - Seychellen
850 mijl: Seychellen - Madagaskar
800 mijl: Madagaskar - Île Europe

We hebben nog ongeveer 11,000 mijl voor de boeg, ofwel 20,400 kilometer (nog "maar" de halve omtrek van de aarde...). Een vlug rekensommetje leert dat we op 1/4 van de reis, 1/3 van het totale aantal af te leggen mijlen hebben afgelegd.

Ver voor op schema zul je denken, maar dat is ook precies de bedoeling. We blijven namelijk ruim twee maanden in Zuid-Afrika. Dat betekent relatief weinig mijlen zeilen (van Durban naar Kaapstad is 735 mijl) en veel van het land zien, ofwel: Vakantie vieren! Nee, passages maken is géén vakantie, althans niet voor mij. Het is hard werken en een constante zorg aan je hoofd of alles wel goed gaat. Als je het niet gelooft ben je van harte uitgenodigd om een stuk mee te varen. (Stefan ziet passages maken overigens als half vakantie - half werk, maar die kookt ook niet). Terug naar Zuid-Afrika, we hebben twee wel hele leuke dingen om naar uit te kijken: Marjon en Martin komen ons vanaf 21 november een paar weken vergezellen in de omgeving van Durban en vanaf eind december komen de ouders van Stefan en zus Evelien ons in Kaapstad opzoeken. We hebben er enorm veel zin in om met hen wildparken, het Drakensberg Park, de Tafelberg en ander moois te gaan bezoeken.
[<< Natascha]

Dag 95, Dinsdag 2 November 2004
Vertrek uit Île Europe
GPS: 22° 18.7' S 40° 20.2' E

Voordat we 's ochtends naar Richards Bay kunnen vertrekken, staat er nog een klusje op het programma. Bij het beklimmen van de mast om de genuaval te repareren, zag ik dat drie staaldraden (van de negentien) van de bakboord binnenstag waren gebroken. Deze stag loopt van de tweede zaling naar het dek, net iets achter de bevestiging van de zijstagen. Samen met de lopende bakstagen, die van de eerste zaling naar de bakboord - en stuurboordzijde van de boot lopen, houden ze het "pompen" van de mast tegen, veroorzaakt door de remmende werking van tegemoet komende golven. Ze hebben het dus het zwaarst te verduren op een aan-de-windse koers, waarbij je schuin tegen de wind, dus schuin tegen de golven in vaart.

Waarschijnlijk is de schade ontstaan tijdens het aan-de-windse rak na de laatste ankerplaats. Omdat de wind pas toenam toen het al donker was, had ik de lopende bakstag pas de volgende ochtend bijgezet. Te laat blijkt nu. En tsja, waar haal je nu even een nieuwe stag vandaan? Gelukkig zullen we volgens de weersvoorspellingen de wind steeds van bakboord hebben, zodat de meest eenvoudige oplossing is om de stuurboordstag met de bakboordstag te verwisselen (omdat de meeste kracht op de bakboordstag komt te staan). Even de mast weer in en het klusje is geklaard. En nu maar hopen dat de wind niet plotseling gaat draaien...

In een stoet van inmiddels vijf boten (wij, Just Jinks, Golden Sovereign, Bedouïn en Keren) vertrekken we rond de klok van negen uur richting Zuid-Afrika. Nog 600 mijl!
[<< Stefan]

Dag 96, Woensdag 3 November 2004
Straat van Mozambique
GPS: 23° 33.3' S 38° 09.9' E

Die nachtwachten zijn en blijven vervelend. Lig je net lekker te slapen, moet je midden in de nacht je bed uit om vervolgens een paar uur in een winderige cockpit te gaan zitten. En niet één keer, maar twee keer, want beiden hebben we twee wachten; één van drie uur en een iets kortere van tweeënhalf uur. Meestal valt er niet veel te doen en is wakker blijven de grootste uitdaging. Andere boten zijn we de afgelopen drie maanden nauwelijks tegen gekomen en Espiritu redt zichzelf prima op de stuurautomaat. Af en toe een paar graden oploeven, afvallen of de zeilen trimmen, heel veel spannender wordt het meestal - gelukkig - niet. Ieder uur pomp ik de bilge leeg en controleer ik op de kaart onze positie. Ieder kwartier speur ik de horizon af op zoek naar andere schepen, want hoewel de kans klein is, zitten we niet op een aanvaring te wachten. Sommige zeilers nemen het midden op de oceaan niet zo nauw met nachtwachten. Ze schakelen het radaralarm in en kruipen onder de wol. Maar wij nemen geen risico en houden dus braaf om de beurt wacht. Hoe zuidelijker we komen, hoe frisser het wordt. Voor mensen die al tweeënhalf jaar rond de evenaar leven is het natuurlijk al snel koud en wij zijn dan ook blij met onze fleecetruien en zeilpakken.

In mijn lege, stressvrije hoofd. laat ik mijn gedachten de vrije loop. Ik denk terug aan de geweldige tijd die we in Singapore hebben gehad en aan de vrienden die we daar hebben gemaakt. Het altijd levendige Orchard Road, hardlopen in de botanische tuin, brunchen bij het Fullerton, de wijnbar op Emerald Hill en ons heerlijke zwembad op Claymore Road. Mijn twee werkgevers: The National Kidney Foundation en United Moving Services passeren de revue. Ik heb er veel geleerd, vooral hoe je níet moet managen en níet met je medewerkers moet omgaan. Korte termijn denken en cash, daar gaat het om. Investeren in je mensen? Fatsoenlijke training? Nee, zonde van de tijd en het geld. Ze moeten vooral doen wat ik zeg, niet met eigen inbreng komen en het liefst ook op zaterdag en zondag werken. Dat doe ik toch ook? Goh, wat gek dat iedereen ontslag neemt, zie je wel dat ze het niet waard zijn om in te investeren!!

Hoe zal het straks weer in Nederland zijn? Wat voor baan wil ik? Ik zie uit naar onze familie en vrienden, ons huis in de Koekoeklaan, het Scheveningse strand en nog honderd dingen meer! Het zal wel wennen zijn dat Stefan en ik dan niet meer steeds samen zijn. We zullen dit knusse, ongecompliceerde leventje op de boot best gaan missen. Niet meer van: "Eten we vandaag pasta of zal ik een vis vangen?" of "Kun je de grootschoot even aantrekken?" "Oké en wil jij zo meteen mijn rug insmeren?" Maar waarschijnlijk weer: "Schat ik eet vanavond niet thuis want ik heb een etentje met mijn baas en morgen ben ik op cursus". "O, dat is vervelend, want ik zit de rest van de week voor mijn werk in het buitenland".

Maar zover is het gelukkig nog lang niet. Eerst nog naar Zuid-Afrika, de Caribbean, de British Virgin Islands, Bermuda, de Azoren en de Britse Eilanden...

Het zeilen, zowel gisteren als vandaag, gaat lekker. De wind varieert tussen de 12 en 19 knopen, we varen ruime tot halve wind en dankzij een flinke stroming mee leggen we de eerste dag zo'n 180 mijl af en de tweede een recordafstand van 200 mijl!!!

Dag 97, Donderdag 4 November 2004
Straat van Mozambique
GPS: 25° 41.1' S 35° 33.6'

Doorgaans is de snelste route een rechte lijn van A naar B en dat is wat we normaal gesproken ook proberen te varen (verder zijn we niet rechtlijnig). Het traject van Madagaskar naar Zuid-Afrika is de uitzondering die de regel bevestigt.

Parallel aan de kust van Mozambique en Zuid-Afrika heb je namelijk te maken met een sterke stroom mee, van noord/oost naar zuid/west, de zogenaamde Aghulas Current. De stroom is het sterkst onder de kust, op een diepte van 200 tot 1000 meter en kan oplopen tot 3,5 knopen (wanneer je bijvoorbeeld 6 knopen per uur vaart en je hebt een stroom mee van 3,5 knopen, vaar je dus effectief 9,5 knopen). Om optimaal van deze stroom te profiteren, vaar je met een "knik" in je route: Na het Mozambique Channel ga je richting de kust van Mozambique en vanaf de 1000 meter dieptelijn maak je de knik zuidwaarts naar Zuid-Afrika, in ons geval Richards Bay.

Naast de stroom heb je de plotselinge zuidwesten winden waar je voor uit moet kijken. De golven die hierdoor veroorzaakt worden, gecombineerd met de stroom uit tegenovergestelde richting, kunnen hoge golven of zelfs brekers veroorzaken. Als er een zuidwester voorspeld wordt is het het veiligst om direct naar de kust te varen en water niet dieper dan 200 meter op te zoeken. Hier is de stroom minder en zullen dus ook de golven minder hoog zijn.

Via de HF radio horen we van weergoeroe Fred dat er voor morgenmiddag/avond een zuidwester van 25 tot 30 knopen voorspeld is. Een relatief lichte, maar hard genoeg om niet af te gaan zitten wachten hoe erg het zal worden en hoe hoog de golven zullen zijn. We overleggen even met Just Jinks en Keren (Clive en Chris met hun snelle boten, zijn al in Richards Bay) en net als zij maken we dat we zo snel mogelijk onder de kust terecht komen. 's Avonds moeten we nog 85 mijl naar de kust.
[<< Natascha]

Dag 98, Vrijdag 5 November 2004
Aankomst Richards Bay (Zuid-Afrika)
GPS: 27° 10.6' S 33° 14.9' E

[Stefan >>]
Goed nieuws over de zuidwester die gisteren door Fred was aangekondigd. Fred zei er vanmorgen zelf niet al te veel over en voorspelde een zuidwesten wind van 15 knopen wat op zich goed te doen is. Chris van Bedouïn had met zijn vader gesproken die in East-London (Zuid-Afrika) woont en die had het over een non-event. In East-London waaide het slechts voor een half uurtje uit het zuidwesten en daarna draaide hij weer terug naar noordoost. Eitje dus. De hele dag scheuren we met meer dan 10 knopen richting Richards Bay, 7,5 knoop op eigen kracht en zo'n 3 knopen stroom, dat schiet lekker op. Om half vier bedenk ik dat ik om vier uur toch wel een biertje verdiend heb. Alles ziet er nog strak uit en er is geen enkele indicatie dat het weer om zal slaan. De barometer is nauwelijks gezakt en we zien alleen een paar kleine wolkjes in de verte. Om kwart voor vier zijn die wolkjes al wat groter en zakt de noordoosten wind in. Om vier uur draait hij naar het zuidwesten, in eerste instantie 17 knopen. Geen probleem en zeker niet als het maar voor een half uurtje is.

Dat half uurtje is inmiddels goed voorbij en de 17 knopen ook. De lucht is een stuk donkerder en de wind is toegenomen tot 25 knopen met een enkele uitschieter naar 30. Inmiddels zijn we een mijl uit de kust, waar de stroming minder sterk is en de golven ook een stuk minder hoog. Het is nog maar 25 mijl naar Richards Bay, wat binnen een paar uur te bereiken is. Met drie riffen in het grootzeil motoren we tegen de wind in. Geholpen door de stroming maken we nog steeds vijf knopen over de grond, met een uurtje of vijf moeten we er zijn. Zodra we de hoek om komen om de laatste 10 mijl naar Richards Bay af te leggen, valt de stroming weg en omdat we nu minder beschutting hebben van het land, worden de golven twee keer zo hoog. Espiritu danst van de ene golf naar de andere en twee keer komt zelfs de schroef uit het water. Eigenlijk zou het beter zijn om bij te draaien (de boot ligt dan stil), maar ja, het is nog maar 10 mijl tot de veilige haven. Doorknallen dus maar!

Amper twee mijl voor de haveningang spuugt de motor ineens geen koelwater meer uit. Ik trek het motorhok open en kan eigenlijk niet vinden wat er aan de hand is. Wellicht een luchtbel in het uitlaatsysteem, maar ook na ontluchten komt er geen water door. Ook de wierpot zit netjes vol, maar vertoont geen bubbels, wat er normaal gesproken op duidt dat de impellor gebroken is en dus geen water aanzuigt. Geen probleem, een impellortje vervangen is niet zoveel werk. De zoutwaterpomp open gemaakt en de impellor blijkt nog heel. Dat is het dus ook niet en hiermee heb ik zo'n beetje alle mogelijke oorzaken van een plotselinge weigering nagelopen. Er kan hooguit nog iets in de motor zelf kapot zijn, maar daar kan ik nu toch niets aan doen.

Natascha krijgt het nu toch een beetje te kwaad, want ze ziet het niet zitten om nog een paar uur buiten te blijven wachten en een vreemde haven bij nacht binnenlopen, in 33 knopen wind, zonder motor, is wel het laatste waar ze aan moet denken. Nu ik het zo opschrijf ben ik dat ook eigenlijk wel met haar eens. Maar ja, eigenwijs hè? Eerst maar eens de havenautoriteiten oproepen of ze me toestaan net na de havenmond in ondiep water te ankeren. Iedere Zuid-Afrikaan weet hoe heftig een zuidwester kan zijn en de man gaat dan ook zondermeer akkoord met ons plan om binnen beschutting te zoeken.

Zodra we binnen de waterkering zijn laten we het grootzeil zakken en varen we op een klein puntje rolfok verder naar de plek waar we kunnen ankeren. Op de aangeduide plaats aangekomen, rollen we de fok weg, sturen de boot in de wind en starten de motor (zonder koelwater kan de motor zo'n tien minuten lopen, precies genoeg om te ankeren). De bodem loopt op van 13... naar 10... naar 7...naar ineens 2 meter. Vol achteruit!! En daar komt het kreng ineens weer tot leven: Een dikke straal water spuit uit de uitlaat. Vol ongeloof staren we naar dit mirakel. Zeker weer een geintje van Espiritu om te testen of we nog een beetje kunnen zeilen...Wees gerust, dat kunnen we, maar mogen we dat de volgende keer alsjeblieft bewijzen onder wat gunstigere omstandigheden?

Het kan niet anders dan dat er toch ergens een luchtbel heeft gezeten, die zich heeft opgelost toen de boot weer horizontaal kwam en in vlak water. Wat de reden ook is, hij doet het weer en na vijf minuten proefdraaien tuffen we alsnog naar de jachthaven. Clive en Anne-Marie hebben ons steeds over de radio gevolgd en staan ons om half drie 's ochtends op de steiger op te wachten om onze landvasten aan te nemen. Geweldige lui!
[<< Stefan]

HET VERVOLG


| Webstats | Mail Espiritu E-mail Espiritu | Contact | Sponsors | Links |

Copyright © 2003-2005 Stefan en Natascha Verweij.
Web site design and maintenance, a service from Hollandia Home Services Pte Ltd

Blue Sea